Zo krijgt je paard de beste bodem

Of we nu recreatief rijden, basissport of (sub)top. Een fijne goede paardenbodem vinden we eigenlijk allemaal belangrijk. Maar wat is nu eigenlijk een goede paardenbodem? Wat zijn de basisprincipes? Hoe bouwen we een zandbodem op? En minstens zo belangrijk, hoe onderhoud je een bodem?

In deze blog neem ik (Melissa van Zandcompleet) je stap voor stap mee in de wereld van paardenbodems.

Wat is een goede paardenbodem?

De definitie van een paardenbodem is dan ook vrij simpel: een buiten- of binnenbodem ten behoeve van paardrij-activiteiten. Een goede bodem rijdt het best als hij stabiel is, veerkrachtig is, optimaal voor de juiste prestaties en – niet onbelangrijk – blessures voorkomt.

Maar een ‘goede’ bodem creëren blijkt in de praktijk toch vaak lastig. De bodem kan te zwaar zijn, iedere oefening daarop voelt lastig en traag. Je merkt aan alles dat het paard niet echt lekker wil lopen. Misschien is de bodem wel te hard: de hoeven klinken harder dan normaal en de veerkracht is ver te zoeken. Soms wil het paard zelfs niet galopperen.

Dus wat is nu een goede paardenbodem? En hoe bouwen we die?

Was er maar een standaardantwoord op die vraag. Als je hem aan twintig mensen stelt, dan krijg je twintig verschillende antwoorden. De uitdaging zit in de regionale variatie. De meeste mensen bouwen een paardenbodem met behulp van ingrediënten die de onderlaag en de regio ze biedt.

In kleigebieden is drainage zeer belangrijk, terwijl in veengebieden stabiliteit een grotere uitdaging geeft. Zo heeft een goede paardenbodem op elke ondergrond een andere samenstelling. Combineer dat met de vele verschillende zandsoorten die er op de markt zijn en die per regio verschillen (inclusief alle verschillende zandbenamingen) en je begrijpt waarom je niet een-twee-drie kunt zeggen wat voor jou de beste paardenbodem is.

Paardenbodems bouwen, meer kunst dan wetenschap

Dit maakt het bouwen van paardenbodems meer een kunst dan een wetenschap. Want ook wetenschappers is het in al die jaren nog niet gelukt om een vaste formule vast te stellen. Een goede bodem bouwen is voornamelijk gebaseerd op de voorkeuren van de mensen die hem aanleggen, zoals ruiters/eigenaren of loonwerkers.

Wel is duidelijk dat iedere paardenbodem, of het nu gaat om een buitenbak, binnenbak, paddock of longeercirkel, opgebouwd wordt vanuit dezelfde basisprincipes.

 

Wat zijn de basisprincipes voor een paardenbodem?

Over de samenstelling van elke paardenbodem kan dus discussie bestaan, maar er is wel overeenstemming over de eisen waaraan een paardenbodem moet voldoen.

Allereerst dient een paardenbodem het paard (en de ruiter) vertrouwen te geven, dat betekent: geen kuilen, plotselinge verandering van textuur of onregelmatigheden. De bodem dient het paard vervolgens voldoende grip te geven zonder dat het te ver wegzakt en ten slotte is enige vorm van absorptie bij het opvangen van de bewegingen gewenst.

Een goede paardenbodem is een bodem die voldoet aan de volgende eisen:

  • Minimale belasting van paardenbenen
  • Verkleint de kans op blessures
  • Verhoogt stabiliteit en grip
  • Genereert weinig stof
  • Stabiel door jaargetijden heen
  • Vereist minimaal onderhoud

In de praktijk betekent dit dat een paardenbodem is opgebouwd uit twee- of drie lagen. De onderlaag vormt het fundament, een eventuele middenlaag (wordt niet altijd gebruikt) en een toplaag. Iedere laag heeft zijn eigen functie:

De onderlaag – het fundament

‘Zonder fundering, geen huis’ hoor je in de bouw vaak. En eigenlijk geldt hetzelfde principe voor een paardenbodem. Vaak onderschatten mensen het belang van het fundament. Of wordt het zelfs helemaal overgeslagen.

Maar net zoals bij huizen, vormt ook bij een paardenbodem het fundament de basis. De beste toplagen kunnen een slecht opgebouwd fundament niet compenseren. Het fundament heeft in essentie twee functie:

1. Drainerende werking – afvoer van water (en/of toevoer in het geval van eb en vloed bodem)

2. Stabiliserende en dragende werking voor de toplaag

Het fundament is dus van groot belang. Niet alleen voor de kwaliteit van de bodem, maar ook omdat problemen in de onderlaag achteraf lastiger op te lossen zijn dan problemen in de toplaag.

De toplaag

Als er een deugdelijk fundament ligt, is het tijd voor de toplaag. De toplaag en de onderlaag hebben een wisselwerking.

Een goede toplaag kan niet zonder goed fundament, en een goed fundament kan niet zonder goede toplaag. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Een slecht fundament kan slechts deels of niet gecompenseerd worden door een goede toplaag, en andersom. Als het fundament correct is opgebouwd, vormt de toplaag de afwerking. De toplaag bestaat uit één of meerdere lagen (eventueel kan er gewerkt worden met een middenlaag) en is met name bepalend voor de interactie tussen het paard en de bodem.

De toplaag biedt stabiliteit, veerkracht en grip aan het paard, zodat het niet te ver in de bodem zakt. Daarnaast dient de toplaag water door te laten richting het fundament. Bij een goede bodem mag een paard niet verder wegzakken dan de koot.

Ook vormt de toplaag de bescherming voor de onderlaag. Bij een flinke (bokken)sprong of (nood)stop mag het niet zo zijn dat het paard het fundament raakt.

Voor de toplaag kunnen diverse materialen toegepast worden, waarbij zand in de meeste bodems veelal de belangrijkste basis vormt. Naast zand wordt veelvuldig gewerkt met een mix van zand en de toevoeging van natuurlijke of kunstmatige materialen (zoals polyvlokken, tapijtvezels of kokosvezels), maar we zien ook wel toplagen van enkel kunstmatige materialen (zoals grove tapijtsnippers).

 

Welk zand kan ik gebruiken voor de paardenbak?

‘Welk soort zand is geschikt voor een paardenbodem?’ Dit is de vraag die wij dagelijks gesteld krijgen. Een simpele vraag, maar met een complex antwoord. Zoals je uit het voorgaande al begrepen hebt bestaat er namelijk geen standaardantwoord. Omdat een goede zandlaag afhankelijk is van veel factoren.

In de markt zijn veel verschillende zandsoorten beschikbaar. Hoe het zand wordt beschreven en genoemd varieert per regio, per leverancier en zelfs per persoon die erover praat. Zand uit de rivier wordt vaak aangeduid als rivierzand en zand uit de zee als zeezand. Maar dit geeft alleen nog maar iets aan over het wingebied van het zand. Het zegt nog niets over de kwaliteit of de toepassingsmogelijkheden.

Naamgeving op basis van toepassing lijkt daarom logischer: ‘Ophoogzand’ voor het ophogen en ‘paardenbakzand’ of ‘manegezand’ voor de paardenbodem. De taal maakt het ons in zandland niet eenvoudiger.

Eigenschappen van het zand

Wat wel uniform en meetbaar is zijn de eigenschappen van het zand. Een goede toplaag bestaande uit zand (eventueel gemengd met een stabiliteitsverbeteraar) wordt dan ook gekozen op basis van de eigenschappen van het zand en niet op de naamgeving. De drie belangrijkste eigenschappen zijn korrelverdeling, korrelstructuur en korrelvorm.

Te veel ondermaat (fijne korrels) zorgt dan wel voor een zeer stabiele bodem, maar heeft zo’n beperkte waterdoorlatendheid dat je risico loopt op een stoffige bodem. Te veel grove korrels zorgen voor een zeer goede waterdoorlatendheid, maar de korrels zullen onderling onvoldoende binden om een stabiel zandpakket te vormen. Daarmee ontstaat een hogere belasting op de paardenbenen en stijgt de kans op blessures.

Dikte van het zandpakket

Realiseer je daarnaast dat om een goede paardenbodem te krijgen, ook de dikte van het zandpakket belangrijk is. Een (te) dik zandpakket heeft langer de tijd nodig om goed in te klinken. Een (te) dun zandpakket zorgt ervoor dat het paard gemakkelijk een gat slaat in de toplaag, met als risico dat het fundament wordt aangetast.

Een toplaag bestaande uit een mix van zand en vezels is gemiddeld 10 tot 15cm dik.

De zoektocht naar stabiliteit

Om de stabiliteit en veerkracht van de bodem nog verder te verbeteren wordt vaak gebruikgemaakt van (kunstmatige) andersoortige materialen, zoals polyvlokken, tapijtvezels, tapijtsnippers of kokosvezels.

Het doel van het toevoegen van deze vezels aan de paardenbodem is het verbeteren van de eigenschappen van de bodem, zoals verhogen van stabiliteit, verbeteren van grip en verminderen van onderhoud.

Het voordeel van het toevoegen van deze materialen is dat de vochtbalans beter wordt bewaard en dat het zandpakket wordt versterkt door een vezelverbinding. Alle door de zandlaag te mengen materialen hebben hun eigen eigenschappen en kenmerken, maar één belangrijke eigenschap hebben ze gemeen: ze verbeteren de stabiliteit van de bodem.

Welke stabiliteitverbeteraar voor welke bodem?

Een vaste en harde bodem heeft baat bij het doormengen van polyvlokken om extra luchtigheid te verkrijgen. Een te losse bodem heeft juist baat bij het doormengen van een vezel zoals kunststofvezels (in combinatie met polyvlokken) of tapijtvezels.

De vezel zorgt voor extra verbinding tussen het zand, waardoor meer stabiliteit ontstaat. Het zand krijgt als het ware een gewapende structuur.

Hoe onderhoud ik mijn bodem?

Voor het behoud van je paardenbodem is goed onderhoud essentieel. En dit onderdeel krijgt vaak ook te weinig aandacht. Wat aandachtspunten voor goed onderhoud:

  • Verwijder regelmatig mest en andere vervuiling (zoals bladeren). Paardenmest vervuilt het zand, waardoor de waterdoorlatendheid en stabiliteit van de bodem wordt beperkt. De levensduur van de bodem wordt verminderd door de vermenging van mest door de toplaag.
  • Voldoende water toevoegen. Water in de toplaag zorgt voor de stabiliteit en zowel voor een binnen- als buitenbodem geldt dat de waterbalans altijd in orde dient te zijn. Dit kan zowel vanaf de onderkant (door middel van een eb en- vloedsysteem) als via de bovenkant worden geregeld (regen of beregenen). Een toplaag dient bij voorkeur tussen de 8 tot 17% uit water te bestaan voor een optimaal resultaat. Een uitgedroogd zandpakket verliest zijn binding. Probeer zoveel mogelijk gelijkmatig te bewateren.
  • Egaliseren, Het is belangrijk dat een paardenbodem waterpas en geëgaliseerd ligt en blijft. Op het moment dat (minimale) hoogteverschillen ontstaan, verliest de bodem zijn goede eigenschappen. Zo kan bij beregening de zwaartekracht het water meenemen naar lagergelegen plekken. Verschillen in dikte van het zandpakket dienen voorkomen te worden om gelijkwaardige eigenschappen te behouden, anders kan het gebeuren dat één deel van de bodem beter te berijden is dan andere delen.
  • Regelmatig slepen, voor het behoud van de stabiliteit en om de bodem egaal te houden (hoefslag weg te slepen).

Tot slot, controleer ook regelmatig je bodem. Loopt de drainage nog? En zijn de zandlagen over de gehele bodem nog even dik?

Heb je informatie of advies nodig? Neem contact op met Zandcompleet.

 

 

Heeft jouw paard de juiste basis?

Volgens Rien van der Schaft komt 99 procent van alle rijtechnische problemen voort uit het niet voor elkaar hebben van de eerste basisbeginselen.

Weten of jij de basis goed voor elkaar hebt? Doe nu de Basischeck en kom erachter!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *