Vliegende wissel Romy van der Schaft

De voorwaarden en tips voor een goede vliegende wissel

Een beetje je gewicht omgooien, en hup je zit van de linker in de rechtergalop.

Tsja, het klinkt zo eenvoudig, maar als je niet voldoet aan de juiste voorwaarden dan kan de vliegende wissel juist een hele grote uitdaging zijn voor jou en je paard.

In de online training legt Rien uit hoe je een goede vliegende wissel rijdt en wij geven je hieronder de belangrijkste voorwaarden en tips.

Streef altijd naar een ‘gereden changement’

Je kunt een paard (en ook een jong paard) natuurlijk van de een in de andere galop laten vallen.

Er zijn tegenwoordig veel paarden die in hun lichaam zo handig zijn dat ze dit wisselen snel oppakken.

Maar dit is natuurlijk niet het doel, dus probeer altijd te streven naar een ‘gereden changement’.

Begin bij het begin

Voordat je met je paard aan het changement gaat werken, moet je eerst zorgen dat een aantal voorwaarden voor elkaar zijn. Je moet het gevoel hebben dat je het evenwicht van je paard kunt controleren. Daarnaast moet je paard gehoorzaam zijn aan je hulpen en goed in balans lopen.

Zorg dat je aan de voorwaarden voldoet, voordat je aan de wissels gaat werken

Je moet naar voren kunnen galopperen en zonder veel inwerking weer terug kunnen galopperen om je paard weer meer te verzamelen.

Een verkeerd evenwicht belemmert je paard

Als een paard in de linkergalop zit en naar rechts moet wisselen, dan is het niet zo gunstig als hij met zijn gewicht wat naar rechts hangt.

Zijn rechtervoorbeen moet hij namelijk naar voren gaan brengen en als zijn gewicht op die kant leunt, dan is er een ongunstig evenwicht.

Dit maakt het niet onmogelijk om een wissel te springen, maar zorgt er wel voor dat het een stuk minder makkelijk wordt voor je paard. Probeer je paard dus in balans te houden en, in dit geval, wat meer gewicht van het rechtervoorbeen te krijgen.

“Ik krijg vaak het advies om de contragalop te gebruiken?”

De contragalop is niet per se noodzakelijk voor het rijden van de wissels, maar het kan je wel helpen om het evenwicht verder te verbeteren.

Als je de contragalop rijdt is het belangrijk dat je de links-rechtsbalans van je paard goed onder controle houdt. Zorg dat je paard niet met zijn lichaam naar het midden van de baan hangt. In dat geval gooit hij namelijk zijn gewicht op de ”verkeerde” kant.

Vliegende wissel Romy van der Schaft

 

Zorg dat de galop mooi doorgesprongen blijft en waak ervoor dat je paard ontspannen blijft. Ook in de contragalop is het van belang dat er een zuivere takt blijft en dat je paard aan je hulpen is.

Maar, let er dus vooral op dat je paard niet naar links of naar rechts hangt.

Onthoud dit ezelsbruggetje als je aan de vliegende wissels gaat werken

Als je een paard een wissel wilt aanleren is het als ruiter belangrijk dat je weet wanneer je je hulpen moet geven.

Timing is essentieel voor het springen van een goede wissel

Om het juiste moment te voelen, hebben we een ezelsbruggetje voor je:

Tel de galopsprong op het moment dat je paard zijn binnenvoorbeen aan de grond zet (1-2-3-4, 1-2-3-4, etc.). Hierna volgt namelijk het zweefmoment en dat is het enige moment dat een paard kan wisselen.

 

Door je hulp op de tel te geven, zorg je ervoor dat je hulp vlak voor het zweefmoment komt.

In de praktijk

Als voorbereiding op de wissel probeer je met je buitenbeen in te werken, om je paard hol te maken om je buitenbeen. Daarnaast vraag je stelling en buiging naar de nieuwe kant toe, zodat je het gewicht een beetje naar binnen rijdt.

Dus, stel je voor je zit in de linkergalop en wilt gaan wisselen naar de rechter:

1. je werkt in met je rechterbeen

2. een klein beetje stelling en buiging naar rechts

3. gewicht overhevelen naar de linkerkant

4. je telt het ritme

5. op het juiste moment je hulp geven (op de tel(

Oefeningen om je paard te helpen

Om je paard te helpen zijn gewicht te verleggen, kun je de wissel springen vanuit een zijgang.

Je kunt bijvoorbeeld een appuyement hiervoor gebruiken. Stel je appuyeert naar links, dan ga je de laatste passen iets wijken voor je rechterbeen (dus wel dezelfde kant op).

Door met je rechterbeen in te werken, maak je je paard hol en verleg je het gewicht naar links. Hierdoor wordt het voor je paard makkelijker om de wissel naar rechts te springen.

 

Je kunt ook changeren op een soort slangenvolte, maar dit hangt volledig van je paard af.

Maar wat als je paard gespannen wordt?

Is je paard gespannen en wil hij vluchten? Kies dan juist voor korte lijnen.

Wel goed om voor jezelf na te gaan hoe het komt dat je paard zo veel spanning opbouwt. Vaak komt het door dat een ruiter te veel druk gebruikt.

Als je paard goed op je wacht, dan kun je beter kiezen voor langere lijnen. Dit nodigt hem uit om de wissel goed voorwaarts door te springen.

3 veelvoorkomende problemen

Dit zijn 3 veelvoorkomende problemen die ruiters ervaren bij het springen van een wissel:

1. Mijn paard springt achter na bij de vliegende wissels

Dit is de de meestvoorkomende moeilijkheid bij het springen van de wissel. Mocht je hier tegenaan lopen tijdens je training, ga dan echt na of je alle voorwaarden voor elkaar hebt.

Als je het paard van de buitenkant afrijdt, dus hol maakt naar de nieuwe binnenkant, en je kan het gewicht overhevelen zodat de nieuwe binnenkant vrijkomt, dan zit je altijd goed. Je zult zien dat als je dit voor elkaar hebt, het naspringen verdwijnt.

Een stokje kan ook helpen om je paard te assisteren (als hij hier niet te gespannen van raakt). Als je je zweep in je binnenhand houdt en je tikt een keer, dan zijn er veel paarden die daar al op wisselen.

2. En wat als mijn paard voor na springt?

Dat is een minder groot probleem dan dat je paard achter naspringt. Advies: Spring de wissel nagenoeg in de hoek van de rijbaan.

Dit is de enige situatie waarbij je de wissel vlak voor de hoek moet rijden. Zo maak je het je paard makkelijker en zul je merken dat het paard direct met zijn voorbenen springt.

3. Een hoog kruis tijdens de wissel

Wanneer een paard met zijn kruis omhoog komt tijdens de wissel, dan is dit een teken dat de ruiter het paard te vast heeft. Hierdoor ontstaat er veel spanning in de rug van het paard.

Het paard gooit zich dan in de teugel, waardoor zijn kruis omhoog schiet. Probeer het paard met halve ophoudingen van de hand af te houden, dat hij niet de kans krijgt om een soort bok te geven.

Wat moet ik doen als een wissel mislukt?

Laat het gaan! Accepteer dat je op dat moment niet alle voorwaarden voor elkaar had en bereid je opnieuw voor.

Straf een paard nooit als een oefening niet lukt, dit werkt alleen maar in je nadeel

Ga je paard absoluut niet straffen. Bij het africhten van een paard mag je hem corrigeren, maar laat het afstraffen uit je hoofd. Zeker bij de wissel zal dit in je nadeel werken, doordat het paard er alleen maar bang van wordt.

Door hem te straffen, zul je alleen maar spanning opbouwen tijdens het wisselen van de galop.

Tips van Rien:

  • Werk echt eerst aan de voorwaarden, voordat je de vliegende wissels gaat springen
  • Zorg dat de timing van je hulp goed is
  • Voor de meeste paarden is het makkelijker om een correct changement te leren wanneer ze duidelijk naar voren galopperen. Dit komt doordat je paard dan meer zweefmoment heeft, en meer zweefmoment betekent meer tijd om te wisselen.
  • Houdt de links-rechts balans onder controle
  • Straf je paard nooit af, ook niet als je wissel mislukt

 

Wil je meer tips?

Doe dan de gratis quiz over of je je paard volgens de juiste principes traint. Hoe hoog is jouw score? Krijg vervolgens tips op basis van de antwoorden die je hebt gegeven. Klik hier om de quiz te maken.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *