Morgan Lashley: Herkennen van peesblessures

Bijna elke ruiter heeft het wel eens meegemaakt: een peesblessure.

En we weten allemaal hoe lastig het revalidatietraject kan zijn, maar ook of je paard goed zal blijven als je hem weer gaat belasten.

Daarom is het natuurlijk veel beter om peesblessures te voorkomen óf om ze in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen.

Maar waaraan kun je een peesblessure in een vroeg stadium herkennen? Wat zijn de signalen?

Je paard kan weer regelmatig lopen, terwijl de pees nog beschadigd is.

Één van de bekende signalen van een peesblessure is natuurlijk kreupelheid. Maar tegelijkertijd is dit ook een lastige.

Wanneer de pees beschadigd is, is er vaak een onregelmatigheid te zien. Maar vaak verdwijnt dit weer na zo’n één tot twee weken.

Ondanks dat je paard dan niet meer kreupel is, is de peesblessure nog wél aanwezig!

En dat is een gevaarlijke situatie. Je kunt bij een peesblessure dus niet alleen afgaan op of je paard onregelmatig loopt of niet.

Wat heel veel ruiters doen als ze zien dat hun paard opeens kreupel is, dat ze hun paard even op rust zetten. Ze kijken het dan even een weekje aan.

Ook is dit een advies wat veel dierenartsen geven. “Kijk even aan of je paard over een week ook nog kreupel loopt.”

En natuurlijk kan een kreupelheid na een week weer verholpen zijn. Bijvoorbeeld in het geval van een verdraaiing.

Maar in het geval van een peesblessure duurt zoiets meestal langer. De peesblessure is dus nog aanwezig, ondanks dat je paard niet meer onregelmatig loopt.

Het gevaar zit er dan in dat je weer ‘gewoon’ gaat trainen.

En dat daarmee de pees nog meer beschadigd wordt. Met als gevolg een meer ernstige blessure en een lange revalidatie tot gevolg.

‘Gelukkig’ zijn er meer signalen dan alleen kreupelheid.

Andere signalen zijn zwelling, warmte, pijnlijkheid en roodheid, maar dit is door de vacht niet goed zichtbaar.

Wanneer je merkt dat je paard een zwelling, warmte of pijnlijkheid in het been heeft, dan is het heel belangrijk dat je je paard heel goed kent.

En daarmee bedoel ik dat je de anatomie van je paard heel goed kent.

Wanneer namelijk een zwelling gelijkmatig is verdeeld over het hele been, zoals bijvoorbeeld bij een stalbeen, dan kan er iets heel anders aan de hand zijn dan een peesblessure.

Maar wanneer er een specifieke zwelling, warmte of pijnlijkheid in het gebied van de pezen zit, dan moeten er wel alarmbellen gaan rinkelen.

Maar in welke gebieden lopen de belangrijkste pezen? En welke zijn dat dan?

De belangrijkste pezen liggen aan de achterzijde van het pijpbeen. De meest oppervlakkige is, zoals de naam al zegt, de oppervlakkige buigpees. Direct daaronder ligt de diepe buigpees.

Wanneer je paard zijn volle gewicht op het been heeft, dan zijn deze twee pezen moeilijk van elkaar te onderscheiden en voelt het aan als één kabel. Til je het been van je paard echter op, dan kun je de twee pezen los van elkaar voelen.

In het bovenste gedeelte van het pijpbeen loopt er bij de diepe buigpees nog een ligament mee: het checkligament. Deze versmelt zich ongeveer halverwege het been met de diepe buigpees.

Net onder de twee buigpezen, vlak achter het pijpbeen, loopt een hele harde kabel, de tussenpees of tendo interosseus.

Wanneer je paard zijn been belast, dan kan het bijna bot lijken, zo hard als deze structuur aanvoelt. De tussenpees lijkt qua weefsel ook eigenlijk meer op een ligament dan een pees. In het Engels noemen ze hem ook wel ‘suspensory ligament’.

In het volgende plaatje zijn de gebieden aangegeven, waarbij je bij het navoelen van het been extra op signalen als pijn, zwelling of warmte moet letten.

Dit kunnen signalen van een (pees)ontsteking zijn.

Blauw: het gebied van de tussenpees.

Rood: het gebied van de oppervlakkig en diepe buigpees (aan de achterzijde van de kogel lopen er nog ligamenten over deze pezen heen).

Zwart: de uitpuilingsplaatsen van de peesschede.

Twijfel je erover of je paard een pees beschadigd heeft? Schakel dan altijd een dierenarts is en laat een echo van de pezen maken.

Wacht dus niet één of twee weken totdat je paard niet meer onregelmatig loopt, maar zorg ervoor dat je kunt uitsluiten dat er geen sprake is van een peesblessure.

Want ondanks dat het inschakelen van een dierenarts geld kost, kun je daar wel een heleboel narigheid, zoals een langdurig revalidatietraject wat uiteindelijk meer geld kost, mee voorkomen.

Onthoud wel dat sommige peesbeschadigingen heel subtiel zijn, in de lengterichting of in een gebied waar de echo iets lastiger komt.

Het heeft daarom de voorkeur om een peesecho te laten maken door een specialist. In Nederland zijn een aantal paardenartsen die een specialisatie in beeldvorming bij de ISELP gevolgd hebben.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *