Equine Metabolic Syndrome EMS overgewicht paard medisch dierenarts advies tips

Heeft jouw paard Equine Metabolic Syndrome (EMS)?

Uit onderzoek is gebleken dat in Nederland ongeveer 30 tot 35% van de paarden te dik is.

Wanneer een paard te dik is, kan het zijn dat het paard leidt aan het Equine Metabolic Syndrome, oftewel EMS.

Dierenkliniek Emmeloord organiseerde voor haar doorverwijzende dierenartsen een interessante thema-avond over EMS.

Lieuwke Kranenburg, specialist inwendige ziekten van het paard en werkzaam bij Dierenkliniek Emmeloord, hield een lezing over EMS, waarna hoefsmid Hans van Maurik dieper inging op hoefbevangenheid.

Het Equine Metabolic Syndroom (EMS) is een combinatie van overgewicht, insuline resistentie (IR) en hoefbevangenheid.

EMS vertoont gelijkenissen met het metabool syndroom wat mensen kunnen krijgen, waarbij ook vaak overgewicht en insuline resistentie wordt geconstateerd.

Het verschil tussen EMS en het metabool syndroom is echter dat het metabool syndroom bij mensen kan leiden tot hart- en vaatziekten, terwijl EMS tot hoefbevangenheid kan leiden.

Overgewicht

Paarden leven tegenwoordig onder hele andere omstandigheden dan dat zij van nature gewend zijn.

Zo is er het hele jaar door veel eten, weilanden bevatten veel rijk gras, paarden krijgen doorgaans krachtvoer en staan veel op stal waardoor ze minder bewegen dan dat ze van nature zouden doen als ze de hele dag naar voedsel moeten zoeken.

Hierdoor is de kans groter dat paarden te dik worden, maar daarnaast kunnen ook genetische factoren, zoals een efficiënte stofwisseling, een rol spelen.

Insuline resistentie

Wanneer het lichaam langdurig te veel suikers binnenkrijgt, stijgt de suikerspiegel in het bloed.

Als reactie hierop maakt de alvleesklier insuline aan, waardoor de suikerspiegel weer daalt. Lichaamscellen zijn namelijk in staat om met behulp van insuline suiker uit het bloed te halen.

Als de aanmaak van insuline echter te lang duurt, worden cellen minder gevoelig voor insuline en kan suiker minder goed uit het bloed gehaald worden.

Dit wordt ook wel insulineresistentie (IR) genoemd. Om toch de suikers uit het bloed te kunnen halen, zal er meer insuline aangemaakt moeten worden.

Overgewicht en insuline resistentie houden een verband met elkaar, maar het exacte verband is niet bekend. Zo is het niet zo dat alle dikke paarden insuline resistent zijn.

Omgekeerd geldt hetzelfde, want niet alle insuline resistente paarden zijn per definitie dik. Daarnaast is het niet duidelijk of overgewicht tot insuline resistentie leidt of dat paarden met insuline resistentie juist meer gevoelig zijn om dik te worden.

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid ontstaat door een verstoring van de bloedsomloop in de hoef, waarbij het hoefbeen zakt en kantelt en druk uitoefent op de zool met hevige pijn tot gevolg.

Dit kan op drie manieren worden veroorzaakt door insulineresistentie. Ten eerste doordat suiker niet meer goed wordt aangeleverd aan de hoefwandproducerende cellen.

Ten tweede verslechtert de bloedcirculatie van de hoef en ten slotte, insuline resistentie en overgewicht zorgen voor de aanmaak van ontstekingsproducten welke ook hoefbevangenheid kunnen veroorzaken.

Symptomen van hoefbevangenheid zijn kreupelheid, gewicht verplaatsen van het ene op het andere voorbeen, opwippen van de toon tijdens het lopen, verhoogde gevoeligheid van de hoef, digitale pols (pulsering van het slagadertje in de kootholte) en in ernstige gevallen een verhoogde hartslag en geen eetlust.

Symptomen van EMS

Wanneer een paard mogelijk leidt aan EMS, is het paard vaak te dik en heeft het paard regionale vetkussens.

Daarnaast is er vaak kreupelheid aan de voorbenen en zijn er divergerende groeiringen op de hoeven te zien. Wanneer je dit bij je paard constateert, is het van belang dat je snel je dierenarts inschakelt.

De dierenarts zal, om EMS te kunnen constateren, de hoeveelheid insuline in het bloed meten. Daarnaast kan de dierenarts röntgenfoto’s van de ondervoeten maken om te kijken of er aanwijzingen voor hoefbevangenheid zijn.

Equine Metabolic Syndrome EMS overgewicht paard medisch dierenarts advies tips

EMS en de ziekte van Cushing

EMS en de ziekte van Cushing hebben overeenkomsten.

In beide gevallen is er vaak sprake van regionale vetkussens, insuline resistentie, hyperinsulinemie (chronisch verhoogde insulinespiegels) en hoefbevangenheid.

Een verschil is echter dat EMS vaak optreedt bij pony’s en paarden die jonger zijn dan 15 jaar, terwijl de ziekte van Cushing voornamelijk bij paarden op leeftijd voorkomt.

Daarnaast treden bij de ziekte van Cushing symptomen op zoals het niet of vertraagd door de vacht heenkomen, een lange gekrulde vacht, overmatig drinken en plassen en spieratrofie.

Easy keepers

Welshpony’s en Shetlanders zijn voornamelijk gevoelig voor EMS. Dit zijn zogenaamde ‘easy keepers‘ en hebben over het algemeen een efficiënte stofwisseling.

Andere soorten waarbij EMS is geconstateerd zijn IJslanders, New Forest, Dartmoor, Morgan, Paso, Fino, Arabier, Spaanse Mustang, Fjorden en in mindere mate Warmbloeden.

Minder gevoelig voor EMS zijn Volboeden en Dravers.

Chroom en magnesium worden vaak genoemd om insuline resistentie te verminderen, maar tot op heden is het nog niet bewezen dat deze supplementen een significante afname van insuline resistentie veroorzaken.

Ook een recent onderzoek (Chameroy, 2011) vond geen verband. In dit onderzoek kregen insuline resistente paarden die ook hoefbevangen waren geweest langdurig een oraal supplement met chroom (5mg/dag) en magnesium (8.8g/dag) toegediend. Uiteindelijk kon geen verschil op de insuline resistentie worden aangetoond.

Insuline resistentie verhelpen: dieetmanagement beweging en medicatie

Wanneer bij een paard insuline resistentie is geconstateerd, is het ten eerste van belang dat het voer van het paard wordt aangepast zodat het paard afvalt.

Hiervoor zul je een aantal maatregelen moeten nemen, zoals weidegras elimineren, omdat het energieniveau van weidegras moeilijk te bepalen is.

De hoeveelheid hooi moet aangepast worden zodat het paard ongeveer 1,5% (en mogelijk 1%) van het lichaamsgewicht per dag krijgt en het hooi moet van goede kwaliteit zijn.

Geen krachtvoer

Daarnaast moet je je paard geen krachtvoer geven, maar wel een mineralen/vitaminen supplement bijvoorbeeld in de vorm van koeken. Dit moet ervoor zorgen dat het paard geen tekorten krijgt aan vitaminen en mineralen.

Het gewichtsverlies is afhankelijk van het paard, maar zal bij een normaal paard ongeveer 25 tot 30 kg in 4 tot 6 weken kunnen zijn.

Om het gewichtsverlies te meten, kan een meetlint gebruikt worden. Er moet op gelet worden dat het paard ook weer niet te snel afvalt, want dit kan leiden tot hyperlipemie (het vervetten van het bloed).

Het kan ook zo zijn dat het paard insuline resistentie heeft, maar niet dik is. Dan zal alsnog het voer aangepast moeten worden.

Het voeren van enkel hooi geeft het paard dan niet voldoende energie, maar zal aangevuld moeten worden met voer waarin makkelijk verteerbare koolhydraten of vetten zitten.

Tot slot geldt met betrekking tot het dieetmanagement dat het regelmatig voeren van kleine porties aan te raden is. Hiermee voorkom je dat er pieken in het glucose- en insulinegehalte ontstaan.

Naast dieetmanagement is ook beweging een heel belangrijk onderdeel om insuline resistentie tegen te gaan. Dit geldt ook bij mensen.

Beweging opbouwen

In het algemeen geldt om de beweging op te bouwen en te beginnen met 2 à 3 keer per week je paard 20 tot 30 minuten rijden of te longeren.

Daarnaast zijn er een aantal medicijnen die mogelijk insuline resistentie verminderen.

Weidegang

Wanneer het paard is afgevallen, is beperkte weidegang mogelijk.

Er zijn daarbij een aantal aandachtspunten, zoals weidegang vermijden tijdens de snelle groeifase van het gras (lente/herfst) en liever weidegang in de ochtenduren dan in de middaguren.

Dit laatste geldt overigens niet wanneer het ‘s nachts koud is geweest na een zonnige dag.

Onder invloed van zonlicht maakt het gras namelijk suikers aan die in de nacht worden omgezet in eiwitten en celwanden.

Wanneer het ‘s nachts koud is geweest, gebeurt deze omzetting niet waardoor er ‘s ochtends nog veel suikers in het gras zitten.

Verder moet je als paardeneigenaar goed opletten wanneer er regelmatig gemaaid wordt en wanneer het weer koel en helder is.

De duur van de weidegang moet dus beperkt worden, maar in sommige gevallen kan 1 tot 2 uur weidegang per dag al teveel zijn. In dat geval kan een muilkorf uitkomst bieden of een kleine paddock.

Het is het niet zo dat wanneer het gras heel kort is, het paard langer weidegang mag hebben. In kort gras zit namelijk ook vaak een hoog gehalte aan suikers.

Wanneer je paard last heeft van terugkerende hoefbevangenheid is het verstandiger om je paard in een zandpaddock te houden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *