De voordelen en nadelen van het longeren van een jong paard

Een (jong) paard longeren: de nadelen die je moet weten

Hoe zit het nu met het longeren van een jong paard? Is het wel of niet goed voor de ontwikkeling van je paard?

Die vraag werd aan Morgan Lashley gesteld tijdens de Q&A van de Ruiterclub.

Morgan, dierenarts, chiropractor en revalidatiespecialist, gaf aan dat er zowel voor- als nadelen zitten aan het longeren van jonge paarden.

Of de voordelen van je paard longeren zwaarder wegen dan de nadelen hangt er vooral vanaf hoe je longeert.

Benieuwd hoe dat zit en of jij je paard op de juiste manier longeert? Morgan zet de voor- en nadelen in deze blog nog even een keer op een rijtje.

Longeren is een onbelaste training

Het grote voordeel van longeren is dat je je paard onbelast kunt laten werken. Je kunt je paard sterker maken en conditie laten opbouwen zonder dat er een ruiter op zijn rug zit.

Dat is zeker fijn voor jonge paarden, want die missen vaak nog de spierkracht en core-stabiliteit om een ruiter goed te kunnen dragen.

En met longeren kun je dus die spierkracht en core-stabiliteit langzaam opbouwen.

Maar dat kan ook op andere manieren.

Denk bijvoorbeeld aan grondwerk of het werk aan de lange lijnen. Maar ook de aquatrainer, heuveltraining en de loopband (met helling) zijn goede opties hiervoor.

Er zijn ook verschillende oefeningen die je op stal gewoon op stand kunt doen om de core-stabiliteitsspieren te trainen. (Voor de Ruiterclubbers, deze oefeningen worden uitgelegd aan de hand van video’s in thema #10).

Oefeningen voor meer core-stabiliteit in de Ruiterclub die je op stal kunt doen

De oefeningen die je op stal kunt doen om balans en core-stabiliteit te verbeteren, vind je in de Ruiterclub.

Longeren is in ieder geval één van de manieren waarop je je paard onbelast kunt trainen, maar wel kunt werken aan de spierkracht en de core-stabiliteit. En die fase is absoluut heel belangrijk voor een jong paard, maar…

Er zitten ook nadelen aan longeren

En dat zijn nadelen waar niet elke ruiter zich altijd bewust van is. Soms hoor ik dat ruiters hun jonge paard elke dag longeren, maar dat is iets wat ik niet zou aanraden om de volgende redenen:

Je paard loopt continu op de cirkel

Dit heeft meerdere nadelen, maar het is vooral nadelig voor het onderbeen en de ondervoet. Je paard krijgt namelijk continu een draai in de ondervoet en de gewrichten.

Bovendien is er ook telkens een asymmetrische belasting en dat zorgt voor extra belasting van de gewrichten.

En het zal je vast niet verbazen als ik zeg dat zowel het draaien van de ondervoet en gewrichten als de asymmetrische belasting van de gewrichten, een verhoogd risico op blessures geeft.

Nu is de asymmetrische belasting wel te beïnvloeden als je je paard “goed” kunt longeren.

“Goed” longeren vermindert de asymmetrische belasting

Maar wat versta ik nu onder “goed” longeren?

Ik bedoel daarmee dat je je paard zo goed mogelijk op zijn eigen benen, in balans kunt laten lopen.

Maar dat is alleen niet zo eenvoudig als je je paard op een cirkel laat lopen. Dat is ook de reden waarom Rien aanraadt om met een jong paard nog niet te veel voltes en wendingen te rijden.

Voltes en wendingen creëren namelijk bij een jong paard sneller onbalans.

Rechte lijnen zijn dan voor een jong paard gemakkelijker.

Als het met longeren niet goed lukt om je paard op zijn eigen benen te laten lopen, en hij is in onbalans, dan is de kans heel groot dat je paard heel erg naar binnen gaat hangen of over één schouder wegvalt.

Met als gevolg:

Onbalans zorgt voor nog meer asymmetrische belasting

En dan kun je sommige problemen dus nog erger maken.

Wat in zo’n situatie kan helpen, in om met dubbele lijnen te werken. Dan kun je je paard namelijk wat meer in balans houden.

Je hebt dan wat meer buitenteugel en je kunt je paard dan meer gebalanceerd de bocht door krijgen.

Wat verder ook nog fijn is aan lange lijnen, is dat je ook is een stuk rechtuit kan gaan. Zodat je niet continu op de cirkel bezig bent. Houd er alleen wel rekening mee dat ook werken met de dubbele lijnen niet eenvoudig is en dat je hier in het begin wel wat hulp bij nodig hebt.

Tenslotte, nog even over hulpteugels. Er wordt namelijk met longeren vaak gebruik gemaakt van een hulpteugel, zoals de bijzetteugel.

Maar ook aan de bijzetteugel kleven risico’s.

Het grootste risico van een paard longeren met een bijzetteugel is dat hij in een bepaalde houding wordt gedwongen. Dit wil je met rijden niet, maar ook niet met longeren.

En wel om de volgende reden:

Longeren met de bijzetteugel kan de verkeerde spieren ontwikkelen

Wanneer je paard een bepaalde houding niet kan maken, omdat het een oncomfortabele houding is, dan zal hij tegen de druk van de bijzetteugel in gaan werken. Je gaat dan bijvoorbeeld de onderhalsspieren trainen in plaats van de bovenhalsspieren. Daardoor train je eigenlijk omgekeerd.

Je paard ontwikkelt dan de spieren die hij gebruikt als een soort afweer in plaats van de spieren die je paard gebruikt om zijn natuurlijke houding aan te nemen.

Als je al met bijzet longeert, probeer dan er dan altijd voor te zorgen dat je paard, wanneer hij zijn hoofd optilt, altijd met zijn neus op de loodlijn kan komen. Liever zelfs nog voor de loodlijn.

Nodig je paard uit om een ronde bovenlijn te krijgen, maar laat hem zelf zijn ontspanning daarin zoeken. Dwing je paard nooit in een houding.

Goed, nu komt het misschien over alsof longeren alleen maar schadelijk is voor je paard, maar dat is natuurlijk niet het geval.

Wees je er alleen wel van bewust dat longeren een asymmetrische belasting geeft en dat je wilt proberen om je paard zo goed mogelijk in balans te laten bewegen.

Als je je paard gaat longeren, dan nog even over hoe je zo’n training opbouwt. Want ik merk dat daar ook vragen over komen.

Hoe ziet een training aan de longe eruit?

Ik denk dat elke training er zo uit moet zien dat je eerst voldoende tijd neemt om in te stappen, net als dat je onder het zadel doet. Je kunt dit heel goed gewoon aan de hand doen en daarbij rechtuit lopen.

Dan een periode van rustige opbouw, wat rustig draven en regelmatig wisselen van kant (om de 2 à 3 minuten). Als je merkt dat je paard los is, ga je wat meer verruimen en overgangen stap-draf maken.

Dan pak je het galopwerk erbij en ga je het werk zwaarder maken door je paard overgangen te laten maken. In de galop, maar ook tussen de gangen.

Voor een jong paard, betekent wat meer vragen al overgangen en schakelwerk. Dit is voor een jong paard al intensief genoeg.

Je kunt het voor een ouder, meer gevorderd paard nog zwaarder maken door bijvoorbeeld een balkje of cavaletti toe te voegen. Dit moet je overigens niet iedere training doen, maar wissel dit af.

Dit is een manier om de intensiteit van je training te vergroten, maar er moet altijd een opbouw inzitten.

En bouw je training goed af door een cooling down en daarna je paard voldoende lang uit te stappen.

Tenslotte, hoe vaak kun je dan je paard longeren?

Zoals ik al zei, dagelijks zou ik zeker niet aanraden. Als een paard in revalidatie zit en er kan nog geen ruiter op, dan probeer ik ook maximaal 3 à 4 keer per week te longeren. En niet vaker.

Mocht je de mogelijkheid hebben om je paard veel op rechte stukken te laten lopen, dan zou je eventueel maximaal 5 keer per week kunnen longeren.

Ik hoop dat ik je hiermee goed heb kunnen helpen. Mocht je verder nog vragen hebben, laat het dan vooral hieronder in een reactie weten!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *