andrew mclean trainingsprincipes

Andrew McLean en de 10 trainingsprincipes die je moet kennen

Soms heb je gewoon van die momenten dat je in de training of op wedstrijd flinke miscommunicatie hebt met je paard. Jij vraagt A (of althans… dat is de bedoeling) en je paard doet B.

‘Vroeger’ was je misschien boos geworden en had je je paard bestraft, maar inmiddels weten we allemaal dat dat niet de meest zinvolle reactie is.

Zeker als je je bedenkt dat je paard echt wel zijn best doet om jouw hulpen te begrijpen.

Als je paard eenmaal in de overlevingsstand komt, dringen je hulpen niet meer goed door.

Bij sommige paarden komt er  in zo’n geval van miscommunicatie ook nog eens spanning bij. Dan wordt het helemaal lastig communiceren, want bij spanning kun je minder helder nadenken.

Dat geldt voor ons als ruiter, maar het is ook aangetoond dat dit voor je paard geldt.

Het leervermogen en het geheugen wordt aangetast. Als je paard eenmaal in de overlevingsstand komt, dan dringen je hulpen niet meer goed door.

Het heeft in zo’n geval geen zin om op dezelfde manier verder te gaan. Je zult dan moeten nagaan waarom het mis ging.

De Australische wetenschapper Andrew McLean doet veel onderzoek naar hoe paarden leren en heeft tien trainingsprincipes opgesteld die je ten alle tijde moet toepassen.

Eerder had hij er al acht, maar pasgeleden zijn deze herzien en aangevuld.

Tien trainingsprincipes die je moet toepassen

Pas jij de trainingsprincipes goed toe? Voorkom jij miscommunicatie? Check het hieronder!

1. Houd rekening met het leervermogen en natuurlijke gedrag van je paard

We moeten er op letten dat we niet het leervermogen van onze paarden overschatten en tegelijkertijd niet onderschatten door te suggereren dat paarden geen emoties en gevoelens hebben. Daarnaast moeten we rekening houden met het natuurlijke gedrag in de zin dat het bijvoorbeeld sociale dieren zijn en dat hun lichaam ingesteld is op een langdurige dagelijkse beweging.

2. Pas leertheorie op een goede manier toe in je training

Pas op een correctie manier habituatie, (de)sensibilisatie, operante conditionering, shaping en klassieke conditionering toe. Lees er hier meer over.

3. Geef hulpen die goed te onderscheiden zijn

Heb jij verschillende en goed te onderscheiden hulpen voor de verschillende oefeningen, waaronder tempowisselingen? Als deze niet goed duidelijk zijn, kan dit leiden tot verwarring en stress.

4. Beloon kleine stappen en bouw dit op

Maak kleine stappen in het aanleren van oefeningen en reacties en bouw dit verder uit. Beloon het al wanneer een paard een poging doet en bouw dit vervolgens verder uit totdat je de juiste reactie krijgt (shaping).

Maak kleine stappen in het aanleren van oefeningen en reacties en bouw dit verder uit.

5. Geef één hulp tegelijk

Geef niet meerdere hulpen tegelijk en zorg ervoor dat er tussen de hulpen een bepaalde tijd zit. Hoe lang deze tijd is, hangt af van het africhtingsniveau. Als je meerdere hulpen tegelijk geeft, treedt desensibilisatie op en dat wil je in de dressuursport voorkomen.

andrew mclean trainingsprincipes

6. Train één reactie per hulp

Zorg ervoor dat je op elke hulp één reactie traint. Dus niet dat je met één hulp meerdere reacties vraagt. Wel kan een reactie opgebouwd zijn uit meerdere hulpen die bijvoorbeeld snel op elkaar volgen.

7. Wees consistent

Zorg dat je telkens dezelfde principes en opbouw hanteert bij het aanleren van nieuwe oefeningen en bewegingen. Als iets bevestigt is, kun je langzamerhand aanpassingen gaan maken (shaping).

8. Train dat je paard door blijft gaan

Leer je paard om ‘door te blijven gaan’ nadat een bepaalde hulp is gegeven en dat deze niet telkens herhaald hoeft te worden.

Bijvoorbeeld, je leert je paard eerst dat hij een voorwaartse reactie op je been geeft en vervolgens probeer je die hulp te verfijnen en weg te halen.

Dus door telkens op tijd en in de juiste dosering je hulp te geven, leer je dat je paard moet blijven “doorgaan.” In het ideale geval geef je de hulp voor bijvoorbeeld draf en blijft hij dit doen totdat je iets anders vraagt.

9. Voorkom vluchtgedrag

Vluchtgedrag heeft verschillende negatieve consequenties, zoals een beperking in het leervermogen en het geheugen, problemen in de spijsvertering, agressie en onzekerheid.

10. Zorg voor een optimaal spanningsniveau

Zorg dat het spanningsniveau niet te hoog wordt en dat je paard voldoende ontspannen is. Tegelijkertijd moet het spanningsniveau hoog genoeg zijn zodat de spieren voldoende aangespannen zijn en je paard alert is.

2 antwoorden
    • Conny @ DressagePro
      Conny @ DressagePro zegt:

      Ha Carry, in feite gaat punt 8 over dat je je paard leert dat je niet telkens je paard hoeft te blijven drijven en te ondersteunen. Dus je leert je paard eerst dat hij een voorwaartse reactie op je been geeft en vervolgens probeer je die hulp te verfijnen en weg te halen. Dus door telkens op tijd en in de juiste dosering je hulp te geven, leer je dat je paard moet blijven “doorgaan.” In het ideale geval geef je de hulp voor bijvoorbeeld draf en blijft hij dit doen totdat je iets anders vraagt.

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *